Mijn wortels nestelen
tussen de scheuren in het asfalt
en de stapels bakstenen
als duinen aan de gracht
Zoals ook dat kleine madeliefje uit mos
op het stadhuis kan groeien
groei ik op de kille, stadse klanken
Iets groeit in mij,
ik zie het diep onder water bewegen
Nee,
zie de rimpels op het water,
en de angst van de vissen
Ik voel de handen die mij herhaaldelijk aanraken,
soms ruw, dan zacht
Ik voel de mensen om mij heen
soms puntig, soms KAPOOW!
Soms zo zacht dat ik niet weet
waar ze beginnen
en ik stop
Ik voel de ogen priemen, die hunkering naar een kleine bevestiging,
een tedere zekerheid
Ik heb spijt wanneer die ogen voorbij zijn
en ik ze niet heb toegelaten
Mensen, uit fase met hun adem,
alsof iemand
blind
een cirkel keer op keer op dezelfde plek tekent,
lijnen die dezelfde kant uit gaan,
maar nooit echt overlappen
Ik kan ze niet kalmeren
Ik wil ze bij me vandaan zodat ze de rust niet verstoren
maar onze wortels zijn al verwoven