Ik lijk al mijn tijd kwijt te raken
in de kleine kieren van de dag
Die losse minuten
tussen uren
en ineens maak ik boodschappenlijstjes
om controle terug te krijgen
Ik zweer dat mijn klok anders loopt, want het zijn
de uren aan de randjes,
of tijdens lunch
die zwaar en log
en traag zijn,
maar alles daartussen vliegt,
het vernevelt,
ik blaas het weg als meel
van mijn zwarte shirt
En terwijl ik daar dan stomverbaasd naar kijk,
misschien even om lach,
is het klokje weer rond
de zon onder,
mijn ogen moe
Ik zal het zijn vergeten, welke uren zijn bedoeld om in te leven?
Waar op de klok vind ik mezelf,
en waar rust ik dan uit?
Waarom lijken dagen soms wel duizend jaar te duren,
en waarom krijg ik in een uur toch meer gedaan?
Ik had niet door dat het harder is gaan waaien
En vanuit mijn raam zie ik een man in zijn kamer,
zijn kosmos met zijn regels
hij pompt zijn band op,
daarbinnen
leest iets van een briefjes
Daarna bergt hij zijn pannen op
en ik vraag me af hoe de
tijd voor hem is?
Is ze lief?
meedogeloos?
Geeft ze hem ruimte om te overdenken wat om hem heen
gebeurt, want
dat gaf ze mij
Maar niet vandaag
misschien morgen
of de dag er na