De Vijfde Zoon

Trein door wolken

Ik zat eens in een trein door wolken
Geen zorgen, de wolken waren blauw en groen
als algen
Je kon je hand uit het raam steken
Het naar binnen scheppen
en ervan eten
als een kruidenthee
als je kruidenthee kon eten
Zo reed ik door de wolken
met mijn handen uit het raam

Ik hoorde machinisten groeten
als twee treinen dan passeerden
En ergens achter ons
werkten lieden aan het spoor
Hoewel dat vogels kunnen zijn geweest
met hamers in hun poten
en helmen op hun hoofd

Er woonden
Tijgers
in die trein door algenwolken
maar de conducteur heeft mij verzekerd
dat ze 's nachts stil zijn
en ik heb nooit last gehad

Een paar keer speelde ik kaarten
met die tijgers in de trein
Dan wedden zij hun strepen
tegen namen
en mijn verhalen
van de wereld op de grond
Maar daar ben ik mee gestopt
omdat ik die verhalen mis
en strepen mij niet staan

Eens per maand
kwam de trein tot stand
bij een meer van okergeel
Want de bloemen
die daar groeiden
aan de rand van het water
Schonken koffie
voor wie durft te vragen

Onderweg pikten wij mensen op
die niet elders konden schuilen
Geen boeven
of zware jongens
die hebben elders huizen, nee
Veelal kleine mensen,
zacht,
en bang,
en lief
die altijd ogen open houden
voor weer een andere dief

Zo zat ik vele maanden
de trein reed door de wolken
Om maar te blijven reizen
muziek te blijven horen
Niet hoeven zoeken naar een einde
alleen de tijd kon mij nog storen
als die mij kon vinden
in een trein
door de wolken