Hoe ik het nu zie, nu hoe ik hier zit: zingeving is één van de grootste vragen in ons leven, tevens één van de belangrijkste. Waar gaat dit leven om, wat is het doel, wat is goed en waarom? God is het makkelijkste antwoord, en wat lijkt me dat een heerlijk bestaan, echt geloven in God en alles eromheen, zoals het door jouw religie wordt verteld. Een compleet plaatje waarin alles past. Maar dat bestaat zelden nog, wie gelooft, gelooft zelden zo compleet in religie. Daarnaast geloven veel van ons niet. Dus.
Waarom doen we wat we doen? En hoe werkt dit grote plaatje? Ik zal kort door de bocht en met botte taal mijn plaatje schetsen:
Misschien is er een God. Maar, er is geen overkoepelend, onderliggend, of objectief moraal. Er is geen onafhankelijk goed of slecht. Het leven is van zichzelf zinloos, zonder inherente zin.
Het leven zelf is wel heel mooi, met al haar bulten, narigheden en imperfecties. Het leven leiden of lijden, voluit en echt en intiem, is het enige reële doel zonder God, maar het is een geweldig doel.
Kunst is binnen dat leven leiden of lijden misschien wel één van de sterkste, puurste en mooiste activiteiten. Het is een diepe expressie van de aard van het leven en het individu, van wat mooi en naar, pijnlijk of grappig is. Daarom is kunst maken – op een mogelijk intiemer niveau dan kunst tot je nemen – één van de mooiste, de ‘beste’ dingen die je kan doen. Het is leven leiden of lijden, meer dan in de trein zitten of een broodje eten of voetballen dat vaak is. Dat kunst maken, het eert en viert het leven zoals het is, kan zijn, het toont zo veel, doet zo veel, raakt alles en verandert niets.
Goed.
Dit plaatje is een beetje hoe ik het leven al sinds mijn 15e zie, eigenlijk, met dank aan de filosofielessen van Martin Struik en Jurre Lagerwaard. Het hele plaatje, een beetje Nietzsche, een beetje Camus, voornamelijk willen zeggen dat alles zinloos is, maar dat wel opgewekt doen, met een lach en een hoopvol glas. Meer dan alles dus, een blijk van mijn eigen psyche, en de balans van mijn intellect aan de ene kant, mijn gegiechel en aanstekelijke lach aan de ander. En gelukkig is die kant steeds wat zwaarder.
Dan het vervolg op dit plaatje. En je moet begrijpen dat ik al jaren, diep en oppervlakkig, geloof dat ik kunst moet maken. Jaren zag ik dat voor me al schrijver van fictie, van romans. Dat was mijn doel, het hoefde niet dichtbij te zijn, maar was noodzakelijk. Deze stip op de horizon was ook een kurk die zorgde dat water niet uit het glas zou lekken. Zo kon het halfvol blijven. Ik moest en zou deze kunst maken, ooit.
Dingen lopen, veranderen, en ik maak nu muziek meer dan fictie en het bijna mijn debuut EP online. Zelf geschreven, gecomponeerd, gespeeld, geproduceerd en bijna zelf uitgebracht. Ik heb dat punt op de horizon bereikt, ook als is het iets verandert door de jaren heen. Ik maak kunst, dicht bij mezelf, ter ere van het leven. Ik doe wat ik al jaren geloof dat ik moet doen.
Mijn gedachten hebben altijd gezeten bij de zingeving van dit grote plaatje, maar nooit bij het proces. Ik moest die kunst maken, maar dan wat? En hoe? Nu merk ik hoe noodzakelijk het proces ook echt voelt. Hoe, als ik schrijf of speel, dat zo belangrijk voelt, om diep in mezelf te reiken, om iets echts aan te raken, meer echt dan wat hier aan het oppervlak zit, en om als parelduiker met gevaar voor eigen leven die magie naar het oppervlak te brengen. Terwijl ik het doe, voel het belang, dit moet , dit is echt. En het voelt fantastisch.
Maar ik heb al die jaren nooit verder gedacht, dat nooit durven doen. Nu ben ik er. En wat zie ik? Dat proces van maken, is waanzin en voor gekken en zo geweldig mooi en fijn en bevrijdend. Maar wat daarna komt, die kunst afmaken, de wereld in brengen, de oesters openen om de parels te vinden, die te polijsten en presenteren, dat ontbreekt aan magie. Er zitten sprankjes vuur in, wanneer je even echt kan creëren tijdens een mix-proces, bijvoorbeeld. Het is ook echt leuk, maar wel van heel andere orde. Het is leuk werk, nog steeds werk. Het creatieve proces van kunst maken is anders dan het (af)maken van die werken om ze te kunnen presenteren.
Daar heb ik nooit zo over nagedacht. Het maken van kunst als werken in de mijn van je eigen ervaring, dieper ondergronds gaan om boven te komen met ruwe diamanten, dat zag ik als kunst. En dat deel is heerlijk, maar die diamant ziet het daglicht voor het eerst ruw. Dat slijpwerk daarna duurt een eeuwigheid, het is wat saai, maar dat is het waard, toch?
En hier komt mijn nieuwste ingeving. De zingeving van het delen. Zoveel op zichzelf staande activiteiten kunnen voelen als tijdsverspilling en zinloos tot je ze samen doet. In bed liggen op zondagochtend, een wandeling, in een park zitten. Voetbal kijken. Het voelt goed omdat je het samen doet….
Oke, niet voetbal kijken. En die anderen dingen kunnen ook zeker fijn zijn. Maar vaker dan niet voelen ze van zichzelf zinloos, zoals op de bank zitten en een serie kijken. Diezelfde activiteit met vrienden of je partner ervaar je zelden als zinloos.
Het mijnwerk van kunst maken, het persoonlijke en expressieve, geeft zichzelf zin, het is kunst, het leven eren, noodzakelijk en zonder twijfel dat ik dat moet doen. Het slijpwerk, het menselijke, de werk-handelingen, dat voelt op zichzelf niet zinvol. Tot – en hier mijn ingeving – je het kan delen. Daar doe je het voor, je gedicht herschrijven, nummers oefenen, een schets ook echt afmaken. Omdat je dan iets kan delen.
Daarnaast, juist dat proces van slijpen kan vaak ook samen, samen mixen, samen editen, samen spelen. Dat samen zijn, samen doen, samen delen werkt als zingeving. Dat geeft zin, het motiveert, maar voelt ook echt als leven. Hoe gek dat misschien klinkt.
Ik weet nog niet goed hoe ik dit doe. Het is allemaal nog nieuw, deze realisatie en op dit punt in mijn leven ben ik nog niet lang. Ik heb dan ook nog veel te leren. maar dit voelt goed, dit is echt. Eerst, mijn eigen ruimtereizen (als je me een nieuwe metafoor toestaat) tot zo diep ik kan mijn ziel in, om daarna samen aan het oppervlak te kunnen genieten van het afmaken, het samenwerken om wat ik heb meegebracht te presenteren. Er samen aan te zitten, samen naar te kijken, samen om te lachen. En dit alles klinkt misschien vanzelfsprekend. Maar het voelt nieuw. En daarmee kan ik weer een hele tijd gelukkig leven.